Een vaardagverslag van de schipper
Op een vrijdagavond krijgen we een telefoontje van de Stichting Ambulancewens met de vraag hoe spoedig wij een vaarwens kunnen vervullen. We kijken elkaar aan en zeggen direct: 'Morgen?' Dan volgt de uitleg van de medewerker van de S.A.W. (Stichting Ambulance Wens). Het gaat om een jonge vrouw van 44 jaar, die in haar laatste fase van het leven zit. Ze is er erg slecht aan toe en wil als allerlaatste wens nog graag varen met haar man, haar kinderen van 12 en 15 jaar en haar schoonvader. Het moet overmorgen (Zondag) gebeuren, want veel tijd is er niet meer. We stemmen direct in en bereiden de dag voor.
Het is zondagmorgen en het is druk in de haven van de Marina Monnickendam. De parkeerplaats staat overvol, maar het immer bereidwillige havenpersoneel heeft de plaats bij de steigers al met hekken afgezet.
Het is een 165 kilometer lange rit van Heyen (vlak bij Eindhoven) naar Monnickendam, maar er zijn geen files. De weersvoorspellingen beloven niet veel goeds, maar tussen de wolken door schijnt nog steeds een zonnetje en de temperatuur is goed. Als de ambulance is geparkeerd verwelkomen we iedereen. Marie-José moet eerst nog verzorgd worden in de ambulance en wij maken ondertussen kennis met haar man Franta en de kinderen.

Ook met de schoonvader van Marie-José maken we kennis en al snel komen de emoties los. Franta zegt me vol emoties dat dit haar laatste dag zal zijn omdat ze er zelf voor heeft gekozen om morgenvroeg in te slapen en beiden krijgen we het even te kwaad. Twee volslagen onbekenden van elkaar zoeken troost en knuffelen even. Dan gaat de ambulance open en we maken kennis met Marie-José. Het is even slikken om te zien hoe mager ze is, maar haar mooie grote ogen fonkelen nog steeds. Dochter Laura verzorgd moeder lief en daarna rijden we de steiger op naar de Meander. 
Even later ligt Marie-José op de brancard in de stuurhut en dan is er koffie. De trossen gaan los en de Meander vaart langzaam door de havens van Monnickendam, Marken en Volendam. Daar wordt afgemeerd voor de lunch en Marie-José kijkt haar ogen uit naar alle drukte op de dijk en de jachten die rondvaren. 
De reis wordt vervolgd richting Muiden, maar als we het vuurtorentje van Marken passeren, is Marie-José haar energie op. Ze is helemaal leeg en heeft alles gegeven. Wat een wilskracht...! We besluiten terug te varen en ik krijg hulp bij het sturen van Marek. Geconcentreerd vaart hij op de boei af die ik hem heb aangewezen.
Het is nu nog drukker op het water geworden en uit alle hoeken komen zeilschepen. Ze denken altijd voorrang te hebben, maar dat is niet waar. De Meander V is een groot schip en heeft voorrang. 'Geef ze de ruimte maar Marek!' zeg ik, want ik weet dat zeilers meestal hun voorrang claimen en dat het vaak tot bijna aanvaringen leidt als de Meander niet tijdig uitwijkt. Marie-José dommelt even in en rustig varen we met het gezelschap terug naar Monnickendam.
Dan is er ook even tijd voor persoonlijke gesprekken en dat is goed. Ik klets met de 12 jarige Marek die bij me bij de stuurstand zit. De kinderen houden zich flink en Laura is niet bij haar moeder weg te slaan.
Lief zoent ze af en toe haar moeder en er is een enorme hechtheid in het gezin te voelen.
Als de Meander is afgemeerd, begint de thuisreis. Als Marie-José weer in de ambulance ligt, nemen we voor altijd afscheid. Morgen is Marie-José er niet meer en dan moet het gezin zonder haar verder. Een emotioneel afscheid van Franta en de kinderen volgt, waarna de beide auto's huiswaarts keren. Wij blijven zwaaien totdat de ambulance uit het zicht is en daarna houden we elkaar stevig vast. We hebben geen woorden. We hoeven ook niets tegen elkaar te zeggen. We begrijpen elkaar. We zijn schatrijk... tussen onze oren! Dit is echte rijkdom!
Evert en Inge
| < Vorige |
|---|

